Vorig weekend is de
advent begonnen. Een jaarlijks terugkerende periode
binnen onze christelijke traditie. Vier weken waarin
we ons voorbereiden op Kerstmis, het feest van
Christus' geboorte in ons en in de wereld. Uitzien
naar de komst van de Heer.
Advent heeft alles te
maken met de grote droom die Jezus in zijn leven
had. De hoop dat mensen meer en meer zo met
elkaar zouden omgaan dat ze elkaar hoog houden en
niet klein maken. Dat de liefde de boventoon mag
voeren, dat er vrede mag zijn. Uitzien naar de
komst van dat Rijk van God is de kern van deze
adventsperiode. Dat rijk van vrede en liefde is er
al, soms, even, op onze beste momenten.
Als ik de geest van
de advent in één kerngedachte zou moeten
samenvatten, dan zou ik zeggen: "Wij wachten op
God". Maar als ik dat zeg: "Ik wacht op God",
dan komt er direct twijfel in mij op. Want, wacht ik
wel werkelijk op God? Wij wachten op Kerstmis, wij
wachten op de vrede en dat alles heeft zeker met God
te maken, maar het is toch ook weer niet hetzelfde
als: wachten op God.
Hoe kan ik me dat voorstellen, wat betekent dat
eigenlijk: "Ik wacht op God"? Wij, christenen, wij
weten dat God komen zal op het einde van ons leven.
Ons leven eindigt niet in het niets, iedereen die
valt in de dood, valt in Gods handen. Wij vallen
niet in het ijle, in het lege.
Maar dat wachten op God valt ons toch ontzettend
moeilijk. God kan zolang op zich laten wachten, wij
merken eigenlijk toch zo weinig van zijn komst in
ons leven. Hoe dikwijls horen wij niet de klacht,
ook van gelovige mensen: "Waar zijt Gij, God, als ik
ziek ben, als ik oud word? Waar zijt Gij, God, er is
zoveel lijden en onrecht in de wereld. Gij moet toch
weten, God, dat ons geloof niet altijd zo rotsvast
is, dat wij zomaar een heel leven lang kunnen
wachten".
Juist voor die mensen
zegt de evangelist: "Wees waakzaam". De Heer is
komende, juist in deze schijnbaar godverlaten
wereld. God komt tot ons in duizenden dingen, elke
dag opnieuw, maar dan mogen wij niet slapen, wij
moeten alert zijn voor de lichtsignalen die God ons
zendt.
De
adventsperiode vraagt aandacht voor het thema:
“WERK
ARMOEDE WEG”-VOOR ONS GEEN CARRIÈRE IN ARMOEDE!
Elk jaar focust
Welzijnszorg in deze periode op een ander facet van
armoede en uitsluiting. In het verlengde van vorig
jaar, gaat de campagne 2010 verder over arbeid. Maar
we zetten een stapje verder en kijken naar mensen
die ons land binnenkwamen en meer nog dan anderen te
maken krijgen met uitsluiting en achterstelling. Om
aan werk te geraken zijn er heel wat hindernissen en
drempels. Het leven in clandestiniteit, het gebrek
aan scholing en talenkennis spelen parten om aan een
degelijk inkomen en aan sociale waardering te
geraken. Maar ook vooroordelen tegenover mensen van
een andere afkomst, asielzoekers, vluchtelingen
werpen dammen op zodat mensen in onderscheiden
werelden gaan leven.
Geen gemakkelijke
boodschap, want het confronteert ons met onszelf en
onze visie op mensen die anders zijn.

Toelichting
bij de centrale symboliek in de kerk:
het beeld van de slagboom
Een slagboom sluit
af. Een doorgang of een toegang wordt versperd.
Afsluitbomen of
barelen zien we bij spoorwegen, bruggen en tunnels,
op fabrieksterreinen, parkeergarages, campings,
overheidsgebouwen en bedrijven...
Ook bij het betreden
van natuurdomeinen of privéterreinen.
Vroeger trof je ze
bij ons ook aan bij de landsgrenzen.
Een slagboom is een
barrière. Hij geeft een grens aan. Er is een gebied
vóór de slagboom en een gebied erna.
Slagbomen gaan open
en dicht. Ze gaan niet vanzelf open. Je moet er wat
voor doen.
Elke zondag
een andere invalshoek, met een tweede symbool erbij
Eerste zondag:
Onbegrensde mogelijkheden.
Symbool bij de
slagboom: wekker. Het is tijd om te starten en op
weg te gaan.
Tweede zondag:
Tussen twee werelden.
Symbool bij de
slagboom: bijl. Zijn we klaar om de hindernissen uit
de weg te ruimen?
Derde zondag:
Grenzen verleggen.
Symbool bij de
slagboom: krukken. De blinden zullen zien en de
lammen zullen lopen.
Vierde zondag:
Grenzeloze liefde.
Symbool bij de
slagboom: lege kribbe. We kijken uit naar de komst
van het kind.
Kerstmis: De
slagboom is neergehaald en deel geworden van de
kerststal.
Onze keuze is
definitief gemaakt en samen met het Kerstkind gaan
we aan de slag.
Elk weekend wordt er
ook een gebedskaartje uitgedeeld met een tekening
erop met 4 kaarsjes en elke week brandt een kaarsje
meer.
Ook
hier elke week een aansporing:
Eerste weekend: Wees
waakzaam.
Tweede weekend: Word
wakker.
Derde weekend: Vat
moed.
Vierde weekend:
Genade en vrede.
En natuurlijk is er
de adventskrans: hij herinnert ons eraan: “het is
advent” (= tijd van voorbereiding op Kerstmis).
De affiche van
Welzijnszorg krijgt ook een centrale plaats in de
kerk

In Opstal is er op
zondag 12 december aansluitend bij de H. Mis een
actie “Soep op de stoep”.
In
Buggenhout-Centrum is er aansluitend bij de
Buggenhout-Bidt op donderdag 16 december een actie
“Soep op de stoep”.
In Opdorp was er
vorig weekend de actie
“Soep op de stoep”.
Moge deze advent een
zinvolle voorbereidingstijd worden naar Kerstmis.
Paul Redant
|
Advent …
ergens tussen
licht en donker,
zoekend volk naar heil en genezing.
In deze tijd
gaan we samen,
zieken en gezonden,
vol heimwee speuren naar leven.
Naar hemel binnen handbereik,
God dichtbij,
mensen nabij.
Zet deze tijd
je hart open,
laat het waakzaam zijn,
laat het kloppen
voor kleine mensen,
kinderen van God.
Laat je hart opengaan
voor het Mysterie in elke mens,
ook voor wie niet verder kan,
en zwak en kwetsbaar door het leven
gaat.
Word een mens met een hart.
Want God zal komen.
Ondanks ons.
Of dankzij ons.
Goddank
|