Met
Allerheiligen en Allerzielen, de eerste
novemberdagen, gaan vele wonden weer pijn doen.
Ze zijn nog
niet helemaal geheeld.
Dierbaren die
we moesten afgeven en die we toch zo gaarne bij ons
gehouden hadden en die in de loop van het voorbije
jaar gestorven zijn.
Bij deze
herdenkingsdagen dagen wil ik hier enkele losse
gedachten brengen rond troosten van rouwenden.
Wat is
troosten?
Hoe kunnen mensen
elkaar troosten wanneer ze geraakt worden door de
verscheurende werkelijkheid van lijden en sterven ?
Jan Van Kilsdonck,
een Nederlandse Jezuïet, schreef daarover: “Troosten
is iemand bewust maken van zijn eigen kracht die
sterker is dan alles wat nu gebeurt, en waardoor de
toekomst verlamd schijnt.”
Troosten is een
diepere laag aanraken onder de pijn waaraan iemand
lijdt. In pijnlijke situaties ontvangen mensen graag
troost.
De troost is een
menselijk geschenk dat tevens een moeilijke opgave
is. Het troosten van mensen is echter niet altijd
vanzelfsprekend. Wellicht moeten er woorden
gesproken worden die iets doen, woorden die leven
zijn en woorden die doen leven, of woorden die
zwijgen …
Om over troosten te
kunnen praten moet er eerst inzicht zijn in het
ROUWEN.
Wat is rouwen?
Het is een hard
woord, het is ruw, het is rouw, de rouwe
werkelijkheid onder ogen zien.
Veel mensen weten nu
niet meer wat rouwen is, omdat de dood, het sterven,
het verdriet wordt weggestopt. Vroeger waren er veel
rouw-rituelen om te laten zien dat er verdriet en
verlies is. De kracht van de rituelen zit in het
feit dat verdriet alzo zichtbaar wordt en zo helpen
mensen elkaar om stil te staan bij het verdriet van
anderen:
De oudste generaties
kennen nog die rituelen van vroeger:
-
een
groot kruis buiten aan de deur zetten
-
een
rouwbandje dragen rond je arm
-
rouwkledij dragen, zovele weken
-
klokken
luiden bij overlijden
-
afroepen in de kerk
-
rozenkrans bidden met de geburen thuis
-
rouwmaaltijd
-
nadienst in de kerk (de familie komt opnieuw samen)
-
een
jaarmis opdragen
-
en
wellicht kun jij er zelf nog enkele aan toevoegen …
-
Veel is verdwenen,
gelukkig niet alles…
Zelfs al maakt de
moderne gehaaste tijd geen tijd meer om te rouwen,
men mag deze fase niet overslaan, zoniet kunnen er
problemen ontstaan van onverwerkt verdriet. Het feit
dat er zo vele depressies zijn heeft voor een groot
deel hier mee te maken.
Rouwproces
Rouw is niet zomaar
een psychische toestand. Het is geen vastomlijnde
periode: zoveel dagen of zoveel weken, het kan een
periode weg zijn en dan in hevigheid terug keren.
Het omvat de gehele mens in zijn wezen (zijn), in
zijn relaties met andere mensen, in zijn emoties, in
zijn sociale omgang, in zijn religieus zijn.
Het is geen statisch
gebeuren: dat eens en voor altijd kan vastgelegd,
gedefinieerd worden. Neen het is een dynamisch
gebeuren (juist daarom kan men er zo moeilijk vat op
krijgen).
M.a.w. het is een
proces (het kent evolutie, zowel vooruit als
achteruit), waarbij de mens met inzet van zijn
psychische, geestelijke en sociale krachten een
pijnlijk verlies verwerkt. (verlies kan van alle
aard zijn: van werk, niet slagen in een examen, van
een geliefde, een scheiding, een afsterven – plots
of geleidelijk).
Het is een proces
dat, hoezeer individueel ook verschillend, toch
bepaalde karakteristieke trekken vertoont, waardoor
men het in fasen kan indelen.
De rouwende maakt in
de loop van het rouwproces een verandering door, een
evolutie van verschillende houdingen.
Die evolutie verloopt
niet bij iedereen op dezelfde manier of volgens
hetzelfde schema.
Ze
is afhankelijk van allerlei factoren, zoals de
intensiteit van de relatie, de leeftijd, de
stervensomstandigheden en de doodsoorzaak. (Bij
langdurige ziekte is het rouwproces op voorhand al
bezig).
Tussen de
verschillende fasen kunnen verschuivingen en
vertragingen optreden.
Wanneer de rouw-
verwerking niet uit de weg wordt gegaan, doorloopt
de rouwende een proces waarin hij meer zichzelf
wordt.
Globaal kan men
daarin vier fasen onderscheiden : - weten
(rationaliseren) ; - zien (objectiveren) ; - ervaren
(subjectiveren) ; - integreren.
Sussen in
plaats van troosten?
Het woord troosten
wordt dikwijls verkeerd begrepen: sommigen denken
dat troosten sussen is. Dit is het helemaal niet:
sussen is juist ‘niet-troosten’ maar de pijn
toedekken, ontvluchten.
Troost wil de
rouw niet wegnemen
Taalkundig heeft
troost te maken met trouw en vertrouwen, en ook met
rouwen. Troosten, echt troost schenken, gebeurt daar
waar trouw bewezen wordt door te volharden en waar
vertrouwen blijkt uit het toelaten van de pijn.
Troost wil de rouw niet wegnemen.
Troost wil mee
lijden, mee dragen, zich solidair verklaren - zonder
veel woorden, zonder vrome fases, zonder
huichelachtig gedoe.
Troosten is niet te
actief optreden, want dat kan vaak te direct en
daarom kwetsend zijn.
Troosten is veeleer
behoedzaam wachten en laten gebeuren.
Alleen wie innerlijk
getroffen is door zoveel leed en ongeluk en zich
niet schaamt om zijn tranen kan de rouwende
begrijpen en hem heel nabij zijn. Alleen wie
letterlijk geen woord meer kan uitbrengen ontsnapt
aan het gevaar te willen sussen.
Troosten is de liefdevolle
aanwezigheid van het hart (mededogen). Al wat je
zegt is ruimte scheppen voor de emoties van de
anderen. Iemand die troost nodigt je uit om te komen
met je gevoel.
In het boek Jesaja
(66,13) staat: "Zoals een
moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten."
Voor veel mensen is
het woord troosten gekoppeld aan het beeld van de
moeder, net als in de Bijbel. Als kind doen we
belangrijke ervaringen op door de troostende woorden
van moeder en vader. Hun nabijheid, hun warmte, hun
tederheid, hun schoot, deden pijn en verdriet vrij
snel vergeten en gaven ons veiligheid en nieuwe
moed.
Zoals ouders hun
kind helpend nabij zijn, zo heeft de mens die troost
zoekt, behoefte aan houvast en steun van mensen die
hem of haar nabij zijn. Moge jij zo’n mensen
ontmoeten als je ‘rouwpijn’ kent.
Paul Redant
|
Zegen van de rouwenden
Gezegend
zij die mij nu niet uit de weg gaan. Ik
ben dankbaar voor ieder mens die even
naar mij glimlacht en mij de hand reikt
als ik mij verlaten voel.
Gezegend
zij die mij ook nu nog bezoeken hoewel
ze bang zijn om iets verkeerds te
zeggen.
Gezegend
zij die mij de kans geven te praten over
de overledene. Ik wil mijn herinneringen
niet doodzwijgen. Ik zoek mensen tegen
wie ik kan zeggen wat er in mij omgaat.
Gezegend
zij die naar mij luisteren ook als de
dingen die ik zeg heel zwaar om dragen
zijn.
Gezegend
zij die mij niet willen veranderen maar
mij geduldig aanvaarden zoals ik nu ben.
Gezegend
zij die mij troosten en mij verzekeren
dat God mij niet verlaten heeft…
Marie-Luise Wölfing
|