Patrick kan weer volop en ongestoord aan de borst.
Kort na zijn geboorte ontwikkelde de jongen een
lelijke, pijnlijke, rode zwelling op de kin. Het
Centre de Santé van Crête Congo-Nil (Rwanda) waar
zijn mama hem naartoe bracht verwees hem voor de
juiste verzorging naar het hospitaal van Murunda.
Als kinderarts ben ik daar samen met Marie
-vroedvrouw- in een team van Artsen Zonder Vakantie
aan het werk.
De
baby -intussen 2 weken oud- zag er mager uit en
voelde koud aan bij aankomst . Er werd een buisje in
een ader aangebracht, waarlangs hij wat suikerwater
en antibiotica zou krijgen. De rest van zijn voeding
zou via een sonde door de neus naar de maag
gebeuren. Patrick’s mama –een meisje van 19 jaar–
zou daartoe de komende dagen haar borstmelk zelf
regelmatig met de hand moeten uitpersen. Ze keek erg
ongelukkig naar haar onderkoelde en ondervoede baby,
met een abces en nu ook nog wat buizen in zijn tere
lijfje.
Marie ging samen met Aenéas, de
vice-verantwoordelijke van de materniteit, op zoek
naar een warmwaterkruik en de eerste voeding via
sonde werd toegediend. Aeneas maakte van de
gelegenheid dankbaar gebruik om met mij de principes
van sondevoeding en intraveneuze vochttoediening bij
baby’s nog eens grondig door te nemen.
Al
gauw stopte Patrick met kreunen. De pijnstilling,
opwarming, voeding en antibiotica deden hun werk. Na
een paar dagen drong zijn mama er bij ons op aan de
maagsonde te verwijderen. Ze hinderde de jongen om
te drinken vond ze en zijn neusje raakte al wat
geïrriteerd. En zo geschiedde. We zagen dat het
abces intussen gerijpt was en ik vroeg wat
ontsmetting en enkele compressen aan de
verpleegkundige van dienst. Wat chloraminewater was
alles wat ze ons kon aanbieden.
Onder het goedkeurend oog van mijn collega Dr. Don
Bosco, drukte ik voorzichtig de etter uit de kin van
Patrick. Er leek maar geen einde aan te komen. ’s
Anderendaags herhaalde ik de “ingreep”. Marie zag er
intussen samen met haar collega’s op toe dat de
jongen voldoende voeding kreeg aan de borst of via
een cupje, en dat hij in gewicht toenam. Vandaag
leek hij zo goed als genezen. Omdat de
antibioticakuur volgens de regels van de kunst moet
worden afgewerkt en omdat een siroopvorm “voor het
ogenblik” niet beschikbaar is in de apotheek van het
ziekenhuis, diende ik het buisje in de aders van
Patrick wegens verstopping te vervangen. Maar het
kind is helemaal op de goede weg en zijn mama
beloonde ons hiervoor vanochtend met een stralende
glimlach.

Er
resten ons nog 48 uur op Rwandese bodem. Na nu bijna
3 weken kijken we met heel veel voldoening op onze
missie met Ingobyi Buggenhout en Artsen Zonder
Vakantie in Rwanda terug.
De
eerste dagen gingen bijna helemaal op aan
werkvergaderingen met onze Rwandese partners van
Caritas Nyundo. In harmonie met de lokale bevolking
elke dag rond 5u30 uit de veren waren het soms lange
dagen. Maar het loonde zeker en vast de moeite. Onze
partners rekenen duidelijk meer dan ooit op ons, op
Ingobyi en AZV, op Buggenhout en Vlaanderen voor de
realisatie van een paar belangrijke projecten.
Zo
is er onder andere het Centre de Santé van Nyundo.
Via Ingobyi Buggenhout kreeg het sedert 2002 al veel
materiële en morele steun waardoor het een
modelcentrum werd voor de streek. In mei van dit
jaar werd het echter zwaar getroffen door een
overstroming die ook 11 dodelijke slachtoffers
maakte. Omdat de lokale civiele autoriteiten geen
toelating meer geven om de geneeskunde in dat gebouw
te beoefenen, is het bisdom verplicht een nieuw
centrum op een andere plek te gaan bouwen.
Natuurlijk loopt de kost hiervoor in de
tienduizenden euro. Caritas hoopt op een belangrijke
steun hiervoor vanuit Buggenhout…
Vandaag is Johan -ondervoorzitter van Ingobyi en ook
lid van onze equipe- een dag voor ons naar Nyundo
terug afgereisd om er een werkontmoeting te hebben
met de grote baas van KIST –Kigali Institute of
Science and Technology- en de verantwoordelijken van
het weeshuis NOEL. Bedoeling is met alle betrokken
partijen in dit project en met deze onafhankelijke
experts ter plaatse de zin en het nut van een
biogasinstallatie te evalueren.
Op
het ogenblik dat ik dit schrijf is die meeting aan
de gang. Heel benieuwd wat daar uit de bus zal
komen. Als het licht op groen wordt gezet betekent
dit immers dat we ook hiervoor weer veel fondsen
zullen mogen gaan verzamelen…

Het verzenden van materiaal naar een land als Rwanda
is maar zinvol als je daaraan ook de nodige
opleiding koppelt. De samenwerking tussen Ingobyi en
AZV is ontstaan uit die overtuiging en ervaring ter
plaatse.
14
van de 17 diocesane Centres de Santé waren ditmaal
vertegenwoordigd in Kibuye voor de 4-daagse vorming
in de moeder-en kindzorg , georganiseerd door
Ingobyi, AZV en de lokale partners. Het was onze 4e
sessie al in 15 maanden tijd. Om de vertaling van de
opgedane kennis in de praktijk nog te verhogen
hadden we de deelnemers de eerste dag in groepjes
van 4 verdeeld en hen gevraagd via door ons
aangebrachte teksten een welbepaald onderwerp in de
sfeer van de cursus voor te bereiden en op de
laatste dag in plenaire vergadering voor te stellen.
Er was een groepje dat zich over het fenomeen
“lichaamstemperatuur” moest buigen, een ander over
“ademhalingsproblemen bij het jonge kind” of “te
laag suikergehalte in het bloed bij pasgeboren
baby’s”… Ze moesten ook vertellen hoe op dit
ogenblik in hun gezondheidscentra met deze problemen
werd omgegaan en wat ze voorstelden om daaraan te
verbeteren. Ik mag wel zeggen dat deze oefening een
succes werd. Je had ze voor en na de officiële
cursusuren eens moeten zien werken aan tafeltjes per
4! En het resultaat mocht er zijn. Bovendien bleken
ze bij de evaluatie aan het eind van de
vormingsvierdaagse ook zelf erg in hun nopjes over
deze manier van werken.

Vannacht werd Pierre, een jongen van 8 jaar in spoed
opgenomen. Ook hij was verwezen door één van de 17
Centres de Santé waarvoor Murunda het
referentieziekenhuis is. Omwille van hevige
hoofdpijn, braken en nekstijfheid dacht collega Edo
die van wacht was eerst en vooral aan een
hersenvliesontsteking. In deze contreien is dat een
logische reflex. Dus nam hij wat ruggenmergvocht af,
dat echter normaal bleek. Pierre had dan ook nooit
koorts vertoond… Dr. Edo troonde me ’s ochtends
onmiddellijk mee naar het bed van Pierre om mijn
advies in te winnen. We vonden een stille, erg
magere jongen met een groot hoofd en wat uitpuilende
ogen die scheel keken. De vader verzekerde ons dat
dit een recent fenomeen was. Ik zei dat er in België
nu een CT-scan van de hersenen zou gebeuren omdat ik
vermoedde dat het om een bloeding, thrombose of
zelfs een tumor in het hoofdje van deze ongelukkige
jongen ging. Het enige CT-apparaat van Rwanda
bevindt zich echter in Kigali, van Murunda niet
alleen gescheiden door de afstand van meer dan
150km, maar ook door het feit dat de weg een
verschrikkelijk Paris-Dakargehalte vertoont. Naast
die voor het transport en het onderzoek zelf –waar
de mutualiteit wel grotendeels in tussenkomt– lopen
de kosten voor de straatarme ouders dan ook nog eens
op omdat ze ginder zeker een tijdje moeten blijven
en zelf voor eten zorgen…
De
ophtalmologisch geschoolde verpleegkundige die het
ziekenhuis rijk is er dan alvast maar bij geroepen.
Hij bevestigde mijn vermoeden. In Murunda kunnen we
niets méér voor hem doen. Kigali is zijn enige
mogelijke redding. Misschien heeft hij geluk en
passeert er een dezer dagen wel een wilde weldoener
die voor hem een duit in het zakje wil doen?...
Vorige zondag naar de openluchtmis geweest. Enkele
duizenden gelovigen van Murunda zien en horen
bidden, zingen, dansen … het blijft voor ons, koele
westerlingen toch aangrijpend.
De
beschermengel van de parochie Moeder Maria werd
gevierd. Aan het einde van de viering wilde de
pastoor -bij wie we trouwens logeren- ons aan zijn
mensen voorstellen. Het is te zeggen, hij riep mij
aan de micro. Ik schetste in een Frans doorspekt met
enkele Rwandese woorden wie we zijn en hoe
belangrijk het voor ons is de gezondheid van de
Rwandese moeder en haar kind te helpen bevorderen.
En dat het wel bijzonder was dat we net nu bij de
viering van deze “Moeder bij uitstek” van een “Zoon
bij uitstek” samen met hen ons geloof mochten
vieren. Ik verzekerde hen dat we misschien over
enkele dagen wel weer zouden moeten vertrekken, maar
dat we hen in elk geval in ons hart zouden meedragen
tot een volgende ontmoeting. Ik meende te mogen
spreken in naam van die grote groep Vlaamse
sympathisanten van Ingobyi en Artsen Zonder
Vakantie, en –wie weet- misschien ook wel in uw
naam…
Ivo Corthouts