Vormingsavonden over het Credo

 

Drie avonden over de Schone Belijdenis

 

 

 

 

De parochies van Buggenhout en Lebbeke vormen samen

de dekenij Lebbeke.

 

Zij organiseerden drie vormingsavonden rond “HET GELOOF”.

 

Op donderdag 4, 11 en 18 maart kwamen

een 70-tal gelovigen samen in het “Toreken” te Lebbeke.

 

Het werden boeiende avonden.

 

 

 

 

 

Het kerkelijk jaarthema

 

Het kerkelijk jaarthema van 2009-2010 staat in het teken van het Credo. De bisschoppen van België schreven voor deze gelegenheid een verklaring rond de geloofsbelijdenis: ‘De schone belijdenis. Over het Credo’.

De verklaring van de bisschoppen is hoofdzakelijk bedoeld als een inhoudelijke steun voor christenen die willen groeien in hun geloof.

 

 

Drie avonden

 

Het credo vertoont een drieledige structuur. Het belijdt ons geloof in God als Vader, Zoon en Geest. De drie avonden volgen grotendeels deze structuur.

 

Eerste avond:

Focus op wat geloven is en op het geloof in God als Vader. Inleider was Piet Raes.

 

Tweede avond:

Focus op Jezus Christus, Gods enige zoon, in wie Hij mens werd en die als Verrezene onze Heer is. Inleider was Dieter Van Belle.

 

Derde avond:

Focus op de Geest en op de kerk als de ruimte voor de Geest. We bekijken dan ook de bijzondere plaats van de geloofsbelijdenis in de liturgie. Inleider was Lode Aerts.

 

 

Het Credo als een gemeenschappelijke belijdenis

 

‘Credo’ betekent letterlijk ‘ik geloof’.

Geloven is inderdaad een heel persoonlijke aangelegenheid. Geloof maakt deel uit van de eigen identiteit, kleurt de eigen levensgeschiedenis. Bovendien kan men zeggen dat het geloof van geen twee personen hetzelfde is. Iedereen gelooft op zijn/haar eigen manier. Toch belijden christenen hun geloof gemeenschappelijk tijdens de eucharistie.

Het Credo is niet enkel van het individu, maar van een hele gemeenschap. In het delen van het geloof voelen christenen zich gesterkt door elkaar. Christelijk geloven is geen individuele bezigheid. Of anders verwoord: christelijk geloof overleeft niet zonder gemeenschap.

 

 

"Ik geloof" - de geloofsbelijdenis

 

De geloofsbelijdenis is de samenvatting van het wezen van het katholieke geloof.

Het wordt ook wel geloofssymbolum genoemd.

De eerste belijdenis gebeurt bij de doop, een van de zeven sacramenten van de Rooms-Katholieke Kerk. Het doopsel wordt toegediend "in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest".

Zo ook bestaat de geloofsbelijdenis uit drie delen, verwijzend naar de drie personen van de drie-eenheid. Deze zijn met elkaar verbonden, maar toch verschillend. De kerkvaders noemen de verschillende onderdelen van het Credo ‘artikelen van het geloof’. De heilige Ambrosius bevestigde dit reeds.

Het bidden van het Credo betekent contact zoeken met God, Vader, Zoon en heilige Geest.

 

 

Verschillende vormen

 

Door de traditie van de Kerk heen, zijn diverse geloofsbelijdenissen ontstaan:

Geloofsbelijdenis van de oude, apostolische kerken.

De belijdenis van kerkleraar Athanasius

Geloofsbelijdenissen van concilies (zoals Nicea, Toledo, Lateranen en Trente).

De geloofsbelijdenissen van verschillende pausen.

 

Geen van de belijdenissen is achterhaald, maar zijn een antwoord op de tijd waarin ze zijn ontstaan.

 

Er zijn echter twee belijdenissen die een bijzondere plaats innemen:

 

Geloofsbelijdenis van de apostelen: Dit is de samenvatting van het geloof, zoals door de eerste volgelingen van Jezus beschouwd.

 

Geloofsbelijdenis van Nicea-Konstantinopel: Een van de belangrijke resultaten van beide concilies (uit 325 en uit 381) is deze geloofsbelijdenis, die in de westerse en oosterse kerken wordt gebruikt

 

 

De brochure: ‘De schone belijdenis – Over het Credo’ bestaat uit drie delen:

 

In het eerste van de drie delen – Wat is geloven? – komt geloven als handeling aan bod.

Het geloof van een christen is niet zomaar het aannemen van iets. Christelijk geloven wordt in de eerste plaats als een relatie met een persoonlijke God beschreven.

Het is zich toevertrouwen aan Iemand: binnentreden in een persoonlijke relatie met God, die spreekt door woorden, daden en gebeurtenissen, maar nog het meest door zijn Zoon.

Het geloof vormt een antwoord – individueel  en collectief - daarop.

 

Het tweede en meest omvangrijke deel behandelt de geloofsinhoud: ‘Wat mogen we geloven?’.

Daarin beklemtonen de bisschoppen de schoonheid van het geloof.

Allereerst het geloof in God, de almachtige Vader en de schepper van hemel en aarde.

Maar nog het meest het geloof in de Zoon: de menswording voltooit de schoonheid van Gods liefde voor de mens. Jezus, die gestorven is aan het kruis, maar op de derde dag verrezen is uit de dood en daarmee de vrede en verzoening tussen God en de mensen en tussen de mensen onderling bezegelde.

En ten slotte het geloof in de heilige Geest, die de mens van binnenuit (om)vormt tot christen en de Kerk blijvend bewoont en inspireert.

 

Het derde en laatste deel – ‘Het credo in liturgie en geloofsleven’ – gaat na hoe het credo werkzaam kan zijn in de geloofsgemeenschap en in het persoonlijke leven van elke gelovige. Het geloof is niet alleen een persoonlijke daad, het is en blijft ook het geloof van de hele Kerk, dat uitnodigt tot het zoeken naar eenheid met andere christenen.

In de eucharistie komt het Credo meteen na de woordverkondiging en de homilie. Het is het zegel op de woordverkondiging. Nadat we eerst geluisterd hebben naar Gods woord, willen we het ook gelovig beamen. Het is ons antwoord op Gods spreken.

 

 

Dank aan allen die deze avonden hebben meegemaakt,

dank aan de inrichters en medewerkers.

 

Als we eucharistie vieren zullen wij nu wellicht bewuster ons geloof belijden.

 

 

P.R.

 

 

 

 

 

Terug naar indexpagina hoofdartikels