Het Paasfeest wordt
voorafgegaan door de Goede Week of de Heilige Week. De
eerste dag is Palmzondag, de drie volgende zijn “feria
majores” waarop Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille
Zaterdag volgen.
Palmzondag
“Een
ezel”, had Jezus gevraagd. En op de rug van dat gewillig
dier trok Hij naar de stad.
Zijn leerlingen bleven
dicht bij Hem. Nu was het uur gekomen waarop hun dromen
in vervulling zouden gaan. Nu zou hun Meester
triomferen! Eindelijk!
Nu komt Hij als koning in
de naam van de Allerhoogste! Zie maar. Met palmtakken in
de hand staat het volk te wuiven; in hun enthousiasme
spreiden ze hun mantels op de straat.
Maar... Jezus wist dat
deze triomf slechts een strovuur was. Weldra zullen de
groene takken verdord zijn, het stof snel uit de mantels
geklopt. Het volk luistert al naar zijn leiders die
angstig en jaloers vragen om te zwijgen.
En Jezus, Hij weende over
de stad en het volk. Want reeds zag Hij hun ondergang
“omdat zij de tijd van Gods ontferming niet hadden
erkend”. (Lc. 19,44)
Witte Donderdag
De
farizeeërs en de schriftgeleerden zijn gebeten op Jezus.
Ze stellen Hem allerlei vragen tijdens zijn onderricht
in de tempel. Strikvragen, waarin ze zelf verstrikt
geraken. En dat is te veel. Die man moet uit de weg
worden geruimd. Wie aan hun status raakt, is er te veel.
Maar... wat met het volk. Judas, de ontevredene, is de
zwakke schakel. Satan nam bezit van hem (Lc. 22,3). Hij
gaat naar de hogepriester en tempelwachters om Jezus te
verraden.
Als een perfecte gastheer
wast Jezus de voeten van zijn leerlingen. Hij geeft hen
een les in nederigheid. “Ik heb jullie een voorbeeld
gegeven, wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie
ook voor elkaar doen” (Joh. 13, 14-15).
Daarna, in een enkele zin
en een paar simpele gebaren, voltrekt zich het grootste
van alle sacramenten. Terwijl zij aten nam Hij het
brood, zegende het, gaf het hen en zei: “Neemt en eet,
dit is Mijn Lichaam”, zo ook nam Hij de kelk: “Neemt en
drinkt, dit is Mijn Bloed”. En zijn opdracht: “Doe dit
om Mij niet te vergeten en weet dat Ik zo bij jullie
blijf”.
Goede Vrijdag
Na het Paasmaal ging
Jezus met zijn leerlingen naar de hof van Olijven om er
te waken en te bidden. Jezus was alleen. Tot zijn
slapende leerlingen smeekte Hij: “Kun je niet één uur
met mij waken?”
Dan kwam de laffe
verrader: “Rabbi”, zei Judas en kuste Hem. Stiekem in de
nacht werd Jezus door een bende gearresteerd terwijl
zijn leerlingen op de vlucht sloegen. Voor Pilatus
getuigde Hij: “Ja, Ik ben koning, maar mijn Rijk is niet
van deze wereld. Ik ben gekomen om te getuigen van de
waarheid” (Joh. 18, 36). Tenslotte overwon het verraad
en de intrige. Op Golgotha zal Hij sterven, gekruisigd
als de eerste de beste misdadiger. In zijn stervensuur
riep Jezus de Vader aan: “Mijn God, Mijn God, waarom
hebt Gij Mij verlaten” (Mc. 15, 14). Bij het kruis stond
zijn moeder Maria. Wanhopig, verscheurd door het
verdriet om wat haar Zoon was aangedaan. Wellicht had
ook zij in vertwijfeling gebeden: “Mijn God, waarom?”
Stille Zaterdag
Pas was Jezus gestorven
en twee mannen Jozef van Arimatea en Nicodemus, traden
uit de verborgenheid, vergaten hun angst voor het volk,
kwamen naar voren en vroegen het lichaam van Jezus om
het te begraven. Het kruis op Golgotha is leeg. Een
zware steen sluit het graf. Nu blijft slechts het
zwijgen van de dood. In stilte lijdt Maria, zijn moeder,
samen met getrouwen die bij haar bleven. Misschien
dachten zij aan Jezus’ woorden: “Blijf met Mij
verbonden, dan blijf Ik met jullie. Een rank kan alleen
maar vruchten dragen, als hij met de wijnstok verbonden
is. Hou vast en geloof”.
Paasgeloof
De Heer is waarlijk
opgestaan. Alleluia!
Zoekt Hem bij de doden
niet,
maar versta het nieuwe
lied.
De Heer is waarlijk
opgestaan. Alleluia!
Geloven
in de verrijzenis is geloven in God en in wat Hij
gedaan, gezegd, bevestigd heeft door Jezus. Getuigen
hebben het ons verkondigd. God heeft Jezus niet in de
dood achtergelaten. Mensen mochten Hem afschrijven, aan
de schandpaal nagelen en doden. God heeft Hem uit de
dood opgewekt. Dit geloven wij. Wie leeft in de ruimte
van dit Paasgeloof kan alleen maar in Gods hand vallen.
Hij hoeft niets te vrezen. Mensen kunnen ons
afschrijven, zoals ze met Jezus hebben gedaan: wij weten
dat niets of niemand ons kan scheiden van de liefde van
God, zoals die in Jezus is doorgebroken. Christenen
zijn mensen van de Paasmorgen, kinderen van het licht,
kinderen van de dageraad.
Blij en
dankbaar wensen we u allen een zalig Paasfeest
J.B.