|
‘s Avonds bij een mooie
zonsondergang groeien schaduwen langer om even later te
verdwijnen, wanneer het daglicht wordt gedempt en de
straatverlichting aanflitst. In de herfst van het leven zijn
er nog mooie dagen weggelegd, alhoewel de schaduwzijden
talrijker en groter worden.
Of je het nu wil of niet,
maar over het algemeen verjaren ouderen minder graag, er is
immers geen weg terug. Maar wanneer is men oud en bestaan er
hiervoor objectieve criteria? Er zijn echter verschillende
categorieën van ouderdom.

Elke stap telt
Model en variëteit
In de vijftiger jaren ging
men er van uit dat ouder worden gelijk stond met toenemende
afhankelijkheid en aftakeling. Dit laatste moest plaats
maken voor het ’rust - roest model’. Hierbij stelde men dat
actie en meer bewegen de neerwaartse spiraal van aftakeling
enigszins kon afremmen. Tegenwoordig trekt men de kaart van
‘competitie’, waarbij ouderen meer en meer ingeschakeld
worden in de samenleving als actieve burgers.
We staan even stil bij enkele
reacties van jonggepensioneerden.
Vervreemding
"Sinds ik niet meer ga werken
mis ik het contact en de gezellige babbel met verschillende
collega’s. De laatste jaren hebben we op het werk zoveel
moeilijke problemen samen gedeeld en overleefd. Wie ben ik
nu nog?"
Genieten
"Eindelijk heb ik nu ook in
de week veel vrije tijd. Ik heb enorm veel deugd aan
fietsen, tuinieren en regelmatig uitstapjes doen. Dat is
genieten van mijn pensioen."
Organiseren
"Laatst heb ik voor de
bejaardenclub van onze parochie een uitstapje georganiseerd.
Allen hebben me achteraf gezegd dat het geslaagd was. Dat
deed me echt deugd."
Grootouders en
kleinkinderen
Over het algemeen klikt het
zeer goed tussen beiden alhoewel met een wereld van
verschil. We laten een jongere moeder aan het woord:
“Onlangs ging ik met mijn
tweejarig zoontje en mijn eigen moeder op boodschappen. De
kleine huppelde lustig aan mijn ene hand, terwijl mijn
moeder steun vond aan mijn andere arm. En plots realiseerde
ik me heel bewust dat ik zelf tussen twee generaties sta:
oud en jong. Voor beiden voel ik me verantwoordelijk. Ik
ontloop hun vragen en problemen niet, maar ook in hun geluk
en vreugde mag ik delen”.
Waar gaan wonen?
"Nu mijn man overleden is ben
ik blij dat ik in mijn eigen huis kan wonen. Voor de
schoonmaak komt mijn dochter een handje toesteken, ze woont
hier net om de hoek. Ik ga ook meermaals per week naar haar
toe om eens bij andere mensen te zijn en een goede babbel te
hebben."
Jong van hart
"Er zijn mensen die jong oud
worden, maar er zijn er ook die heel oud jong blijven. Wie
van ons kent geen mensen boven de 80 die sprankelen van
levensgeluk. Toch is oud worden met een jong hart niet
vanzelfsprekend en gemakkelijk. Wie ouder wordt krijgt
rimpels, grijs haar, verliest tempo en moet een stuk terrein
prijsgeven. Dit zijn reële ervaringen van verliezen en
moeten inleveren, wat hard aankomt."

Een dagelijks ritueel doet
deugd
Stille, kleine dingen
Omdat men losgekomen is van
eigen functionaliteit krijgt men meer aandacht voor noden
van anderen. Men ziet zichzelf in een groter en zinvol
geheel. Men krijgt meer aandacht voor de innerlijke kant van
stille eenvoudige dingen en van daaruit oog voor het
religieuze.
Honderdplussers
Onlangs werd de langstlevende
Belgische olympiër 100 jaar: het is Frans Blaes uit
Mechelen. Hij nam deel als kajakker aan de 1000 meter
tijdens de Spelen van Berlijn in 1936.
Maar ook op eigen bodem wonen
er maar liefst vier sterke vrouwen als honderdplussers.
Zo is Joanna Hermans (100
jaar) afkomstig uit Steenhuffel, Virginie De Keersmaecker
(101) afkomstig van den Briel, Amelie Smet (101) en
tenslotte vermelden we Marie Van den Houwaert (102).
Wanneer men al die
honderdplussers zou vragen naar het geheim om zo oud te
worden, dan zullen ze steevast antwoorden dat er geen recept
of speciaal voorschrift bestaat, maar wel de kunst om te
leven met een zekere regelmaat, tevreden zijn met wat je
hebt en “doe wel en zie niet om”.
Wie zeer oud geworden is en
thuisgekomen in zichzelf en in het leven, ervaart wat
dichters zoals Felix Timmermans uitdrukken.
“En luister nu, hoe alle
dingen
zingend in elkaar vervliet,
de mensen en de dingen,
de vreugde en ‘t verdriet,
lijk duizend schoon akkoorden
van een en ‘t zelfde lied.
Zalig uur, waarop de ziel
gerijpt
van gezangen zonder woorden
Gods wil begrijpt...”
J.B.
|