Mag dit een terugblik zijn?

 

 

 

 

Jaren geleden – zo begin je steeds als aanloop voor een sprookje – jaren geleden dus, was er eens een pastoor die door zijn bisschop een andere parochie toegewezen kreeg.

Terugblikkend op wat hij verwezenlijkt had op zijn afscheidnemende parochie, vertelde hij aan de journalist van het streeknieuws dat hij aan Sint-Jozef een gekneusde vinger had bij- geplaasterd. Hij had er veel zorg aan besteed.

Er is mij slechts deze ene kunstingreep bijgebleven maar er waren er meerdere, voor hem althans noemenswaardig.

 

* * *

 

Deze anekdote viel mij te binnen op het ogenblik dat de Buggenhoutse redactieleden van het parochieblad mij voorstelden als afscheid van de redactieraad en van mijn parochie, een terugblik neer te schrijven over mijn opgedane ervaringen.

Eén ding stond reeds op dat ogenblik vast: ik schrijf niet over wat ik her en der heb “bij-geplaasterd”.

Ook niet over de functies die ik heb uitgeoefend of over de plaatsen waar ik “gestaan” heb. Je hoeft trouwens niet eens handig te zijn om dat te weten te komen.

Weet je, ook Jezus sprak niet tegenover iedereen even openhartig. Hij sprak daarom in gelijkenissen. Slechts aan de “leerlingen” zal het gegeven zijn alles te verstaan.

 

* * *

 

Omfloerst zal ik het dus houden bij wat mij blij maakte; wat mij ergerde; wat mij deugd deed; wat mij ontgoochelde; waarom ik gans de tijd gelukkig ben geweest.

Tussen de regels in, kan je naar believen aanvullen.

 

* * *

 

Ik heb altijd veel bewondering gekoesterd voor mensen met ervaring. Voor mijzelf heb ik “ervaring” steeds geïnterpreteerd als “product van een reeks mislukkingen”. Een mens leert uit zijn mislukkingen.

Het is hartversterkend als je mensen mag ontmoeten die in staat waren om tegenslagen om te buigen tot positieve krachten.

Het gebeurt wel meer dat mensen je zodanig raken dat je je zelfvertrouwen dreigt te verliezen; dat je aan jezelf begint te twijfelen of je nog wel voor iets deugt. Misschien kan deze ervaring je helpen: Bezoek gewoonweg een bijna vergeten oude mens. Ga daar niet je nood klagen want het verraste, blije gezicht dat je tegenlacht veegt meteen je zorgen weg. Je voelt je weer nuttig. Het bedankje om je bezoek voel je bijna aan als misplaatst. Een vergeten mens was in staat om je weer nieuwe moed te geven.

 

* * *

 

Blaffende honden bijten niet.

Ooit heb ik tot tweemaal toe moeten ervaren dat dit gezegde niet altijd klopt. Een visite aan de dokter was telkens het gevolg.

Meestal – zo denk ik althans – wordt deze boutade gebruikt als het om mensen gaat. Harde roepers zijn de kwaadste niet. Mensen zijn vaak anders dan zij zich voordoen.

Als je al vreest ergens buitengewipt te worden, kan dat nog aardig meevallen. Het kan deugd doen als je mag aanvoelen dat er contact is geweest

 

* * *

 

Niet alle contacten geven je voldoening. Trouwens niet alle mensen kunnen mijn vrienden zijn. Ook anderen hebben recht op vrienden, zo denk ik dan.

Echte vrienden zijn schaars. Wel moet het mogelijk zijn met iedereen te leven op een aangepaste manier of zoals men het mooier omschrijft: het moet mogelijk zijn om tot een “modus vivendi” te komen. Liggen er toevallig opgehoopte dwarsliggers op je weg, kan je nog altijd met een bocht om hen heen gaan.

 

* * *

 

De goede geest bewaren is een weldaad voor een gemeenschap. Mensen zitten elk op zich verschillend ineen. Iedereen beleeft er deugd aan wanneer het klikt tussen de verschillende leden van een groep. Wanneer dan al eens de vlam uit de pan slaat, loont het de moeite de vlam terug onder de pan te krijgen. Vlammen kunnen nuttig zijn. Je dooft ze niet.

 

* * *

 

Dankbaarheid is het geheugen van het hart.

Wat het best blijft hangen is de vriendschap die je mocht ervaren van zovele goede, lieve, bekwame, raadgevende, vergevende, hartelijke, onbetaalbare, waardevolle,…mensen.

Ongelofelijk wat zij hebben gepresteerd.

 

 

Hugo Van Royen

 

 

 

 

 

Terug naar indexpagina hoofdartikels