|
SINT-GERARDUS-MAJELLA
Bron: "In geloof verbonden" - Steve De
Maeyer
uitgegeven ter gelegenheid van de viering van
100 jaar parochie Sint-Gerardus-Majella in
2005

De nieuwe
parochie kreeg als patroonheilige Sint Gerardus-Majella. Hij
werd geboren in Muro (Italie) op 23 april 1726 als zoon van
een kleermaker. Zijn vader overleed toen Gerardus nog jong
was. Om het gezin te kunnen onderhouden werd hij zelf
kleermaker. Als knaap diende hij in de kerk van O.L. Vrouw
van Bijstand. Hij was zeer boetvaardig en zijn ideaalbeeld
was de lijdende Christus. Hij wou zelf zijn zoals Christus
in zijn lijden. Zo liet hij als boetedoening zich gewillig
door kinderen afranselen. "Ook wij moeten sterven" was zijn
slagzin. Die instelling bezorgde hem de bijnaam de dwaas van
Muro.
In 1732 stichtte Sint Alfonsus-Marie de Liguori de orde van
de Redemptoristen in Napels. Deze congregatie zou zich
inzetten voor de missie in de katholieke landen. Zo
ontstonden de tienjaarlijkse missies in de parochies.
Gerardus maakte kennis met deze nieuwe orde toen in 1740
enkele monniken in Muro op bedeltocht kwamen.
Toen de Redemptoristen in 1747 in Muro een grote missie
kwamen leiden deed Gerardus een aanvraag om in te mogen
treden in hun klooster van Caposele. Hij werd te tenger en
niet bestand tegen het harde redemptoristenleven bevonden.
Na veel aandringen werd Gerardus op 17 mei in hun klooster
van Hiceto toegelaten. Zijn inkleding volgde eind 1749 en op
16 juli 1752 sprak hij zijn eeuwige geloften uit.
In het klooster zette Gerardus zijn leven van versterving,
boetewerk en geseling verder. Hij bezat een naïeve
gehoorzaamheid en volgzaamheid. Op bevel van pater Cafaro,
die zag hoe Gerardus zich uitputte, ging hij zijn boetewerk
meer op het geestelijke leven, naar binnen, richten. Hij
werd uitgezonden om te helpen bij grote missies in steden en
dorpen.
Intussen breidde de bewondering voor "de dwaas van Muro"
zich uit. Mensen kwamen Fratello Gerardo opzoeken. Tijdens
zijn reizen naar de plaatsen waar missies doorgingen werden
mirakels aan zijn aanwezigheid toegeschreven.
In november 1745 werd hij naar het klooster van Caposele
gezonden om er portier te worden. Toen er hongersnood
uitbrak vroeg hij toelating om giften uit te delen en alles
op te offeren voor de armen. Toen ontstond ook de legende
van de broodvermenigvuldiging van Gerardus. Hij werd echter
ziek door de jaren van boetedoening, uitputting en
ontbering. Hij overleed op 16 oktober 1755 op 29 jarige
ouderdom.
De devotie voor de uitzonderlijke Fratello Gerardo groeide
en hij werd een populaire volksheilige. Op 19 januari 1904
werd hij door paus Leo XIII zalig verklaard en reeds op 8
december van dat jaar verklaarde de nieuwe paus Puis X hem
heilig. Zijn verering groeide sterk. Hij wordt gevierd op 16
oktober.
In dat licht valt te begrijpen waarom bij de oprichting van
de parochie Opstal gekozen werd voor St. Gerardus-Majella
als patroonheilige. In deze periode was de devotie voor deze
heilige zeer groot en de heiligverklaring lag bij iedereen
nog vers in het geheugen. Ook Gent zal het idee om een
nieuwe parochie van het bisdom aan hem toe te wijden genegen
geweest zijn. Daarnaast was St. Gerardus-Majella een heilige
uit het volk, iemand met sterke principes, die voor velen
solidariteit kon opbrengen. Waarschijnlijk sloten deze
aspecten zeer goed aan bij het sociaal-religieuze aanvoelen
van de Opstalnaars.
Om die devotie nog meer ingang te doen vinden gaf pater
Redemptorist Van Peteghem op Allerheiligen 1906 toelichting
bij het "gebed tot den H. Gerardus". "Dat wij zyne
voetstappen mogen navolgen" werd benadrukt. Het volledig
staan achter de eigen zaak en blijven strijden voor idealen,
net zoals hun patroonheilige. Hadden de Opstalnaren dat niet
eeuwenlang gedaan om zelfstandigheid te verkrijgen? |
Terug naar indexpagina
|